Als een dier jong is, behoort het goed te drinken, te eten en speels zijn wereld verder te kunnen ontdekken. Tijdens deze ontdekkingsreis kunnen er allerlei dingen gebeuren waardoor de ontwikkeling kan worden verstoord of vertraagd. Denk hier bij aan:

Slechte/te weinig voeding, overmatige wormenbesmetting, geen socialisatie, vallen met spelen, uitglijden, stress, problemen met wisselen, castraties, erfelijke belasting, enz.

Ook kunnen er blessures in het bewegingsapparaat ontstaan door spelen, die in de eerste jaren geen problemen opleveren, maar pas tot uiting kunnen komen als het paard ingereden gaat worden of de hond meer/zwaarder aan het werk wordt gezet.

De diverse gebeurtenissen kunnen zorgen voor littekenweefsel, spierverkortingen, rugblessures, minder goed beweeglijke organen, emotionele onbalans, gedragsverandering, functievermindering, stijfheid (spieren, gewrichten), verminderde weerstand, allergie├źn, enz.

Naar mate ze ouder worden kan het dier steeds moeilijker met deze beperkingen omgaan. Om toch een zo goed mogelijke oude dag te geven, is periodiek behandelen een goede ondersteuning.

Regelmatig (1 a 2 maal per jaar) controleren kan grotere problemen voorkomen.